Onderbouw: Tweejarige brugperiode

In de eerste weken van klas 1 staan in het teken van kennismaken: met de school en de klas. De mentor zorgt ervoor dat onze nieuwe leerlingen zich snel thuis voelen. Elke week is er een mentorles waarin leerlingen en mentor praten over de dagelijkse gang van zaken. Verder wordt aandacht besteed aan zaken zoals groepsvorming, studievaardigheden en het omgaan met de laptop.

Ieder leerjaar wordt voor de herfstvakantie een gesprek tussen leerling, ouder(s) en mentor over de verwachtingen voor het komend jaar gepland. Dit noemen we het startgesprek.

In het tweede jaar worden leerlingen tijdens de mentorles voorbereid op de keuzes voor klas 3. Leerlingen krijgen inzicht in hun talenten, interesses én in de mogelijkheden van opleidingen en beroepsvelden. Hulp van ouders is hierbij van groot belang. Er is een beroepenmiddag en leerlingen kunnen zich oriënteren op de keuzevakken voor de bovenbouw. In het keuzeboekje worden de mogelijkheden toegelicht.

Hier kunt u het keuzeboekje klas 2 inzien.

In de onderbouw wordt de reken- en taalvaardigheid (Nederlands en Engels) tweemaal getoetst via het Cito-volgsysteem. Dit gebeurt in het najaar van klas 1 en in het vroege voorjaar van klas 2.

Aan het einde van klas 2 wordt in overleg met de leerling, ouders, mentor en vakdocenten besloten op welk niveau de leerling in klas 3 start en examen wordt gedaan.